Aanpak en visie

Aanpak Wmo in Amsterdam: realistisch en ambitieus

Zoeken

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina : Home : Programma's en projecten : Aanpak en visie
 

Aanpak en visie

2 oktober 2008

Aanpak Wmo in Amsterdam: realistisch en ambitieus

Amsterdam heeft gekozen voor een ambitieuze aanpak van de Wmo. Dat komt ook tot uiting in het bestuurlijk document dat in november 2005 door stad en stadsdelen onderschreven is.
Die ambitieuze aanpak kent de volgende speerpunten:

  • De vraag van de cliënt moet centraal staan, niet het (versnipperde) aanbod
  • Er moet een zorgvuldige en integrale afweging plaatsvinden welke activiteiten en producten het best aansluiten bij de situatie van de cliënt
  • De informatie- en adviesfunctie moet gestroomlijnd worden: loketontwikkeling
  • Meer greep op toename zorgvraag en stijgende kosten
  • Meer greep op output zorgaanbieders en welzijnsorganisaties
  • Meer inzicht in budgetten, betere sturing en beheersing
  • De taakverdeling tussen stad en stadsdelen moet geoptimaliseerd worden

Groeimodel
Bij het realiseren van deze aanpak komt nogal wat kijken. Daarom is gekozen voor een groeimodel waarbij in een periode van circa 4 jaar wordt toegegroeid naar de gewenste situatie.
Gezien de korte invoeringstermijn, 1 januari 2007, en de noodzaak om burgers niet met onverhoedse wijzigingen te confronteren, ligt dit jaar het accent vooral op het realiseren van een aantal basisvoorwaarden. Het gaat om de overname van de hulp bij huishouden, de Wmo verordening en het realiseren van loketten in alle stadsdelen.
Vanaf 2007 ligt het accent op de vernieuwing van het zorgaanbod, inclusief beleid en de integrale programmering van voorzieningen. Ook aan de ondersteuning van mantelzorg en de burgerparticipatie in het kader van de Wmo wordt een sterke impuls gegeven.

Waaruit bestaat de Wmo 
De Wmo gaat een veelheid van zorgvormen en activiteiten omvatten die nu onder verschillende wetten en regelingen vallen:

    • Welzijnswet
      De Welzijnswet is in Amsterdam grotendeels deel gedecentraliseerd naar de stadsdelen. Typische welzijnsvoorzieningen zijn onder meer het buurtwerk, diverse diensten voor thuiswonende ouderen (maaltijdservice, klussenhulp, thuisadministratie), maar ook sociaal cultureel werk, preventieve jeugdzorg en het faciliteren van sportactiviteiten. Voor de Welzijnswet is geen vast budget beschikbaar. De middelen zitten in het stadsdeelfonds; stadsdelen bepalen elk jaar in de begroting hoeveel geld voor welzijnsactiviteiten wordt vrijgemaakt. In de stadsdelen gaat momenteel zo’n 167 miljoen om aan welzijnsbudget.
    • Maatschappelijke Opvang (doeluitkeringen), ambulante verslavingszorg en vrouwenopvang
      Ook maatschappelijke opvang, verslavingszorg en vrouwenopvang vallen onder de welzijnswet, maar worden door de centrale stad uitgevoerd. De beschikbare middelen (totaal 58 miljoen) zijn afkomstig uit zogenoemde doeluitkeringen en zijn geoormerkt.
    • Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg)
      De Wvg regelt vervoersvoorzieningen, woonvoorzieningen en rolstoelen voor mensen met beperkingen. De Wvg wordt stedelijk uitgevoerd. In de Wvg gaat jaarlijks zo’n 62 miljoen om.
    • Delen van de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten:
      De huishoudelijke verzorging (per 1 januari 2007). In 2005 ging in de huishoudelijke zorg in Amsterdam zo’n 48 miljoen om.
      Diverse subsidieregelingen, onder andere op het gebied van de ondersteuning van mantelzorgers en cliëntgestuurde initiatieven in de GGZ. In totaal ongeveer 5 miljoen.

Wmo budget
In al deze wetten en regelingen gaat voor Amsterdam zo’n 358 miljoen euro om. Voor de nieuwe taken Hulp bij het huishouden (huishoudelijke zorg) en de subsidieregelingen die uit de AWBZ overkomen geldt dat het rijk 53 miljoen zal overhevelen. Dat is 15% van het totale Wmo budget.
Veel van wat onder de Wmo zal gaan vallen, is nu ook al een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De nieuwe taken die uit de AWBZ overkomen vormen in feite slechts een fractie van het totaal.
Wanneer we kijken naar de het totale budget en de verdeling daarvan over de stadsdelen dan geeft dat het volgende beeld.

 

Type producten

Budget (ca)

Stad

Individuele zorgproducten
(ex Wvg en huishoudelijke zorg)
Stedelijke voorzieningen
(maatschappelijke opvang, ambulante verslavingszorg, vrouwenopvang)

104 miljoen

58 miljoen

Stadsdelen

Individuele welzijnsproducten (waaronder basispakket ouderen)
Preventieve wijkgerichte activiteiten

samen
185 miljoen

Stad en stadsdelen hebben afgesproken dat ze veel meer als communicerende vaten moeten opereren. Als een stadsdeel te weinig investeert in wijkgerichte voorzieningen, kan dat de druk op de capaciteit in de maatschappelijke opvang (centrale stad) doen toenemen: meer daklozen en verslaafden die geen opvang krijgen. Andersom is het zo dat wanneer stedelijk de capaciteit voor verslavingszorg tekort schiet, dit weer kan leiden tot leefbaarheidsproblemen in de stadsdelen. Om de samenhang tussen de verschillende voorzieningen te bevorderen moeten de stad en stadsdelen deze voorzieningen integraal (in samenhang) gaan programmeren en de zorg meer in ‘ketens gaan organiseren.

Transparantie op alle domeinen en integrale planning van voorzieningen op stadsdeelniveau
Belangrijk speerpunt in de aanpak van de Wmo is het zo goed mogelijk aansluiten op de vraag en het bieden van een samenhangend pakket van voorzieningen.
Wmo voorzieningen worden geboden op een zestal domeinen:

  • Opvang en onderdak
  • Gezondheid
  • Zelfstandig wonen
  • Mobiliteit
  • Sociale participatie
  • Maatschappelijke participatie

Op elk van die domeinen is sprake van een bepaalde verhouding tussen (investeringen in) inclusief beleid, civil society, collectieve voorzieningen en individueel toe te kennen producten. De gemeente kan vele producten bieden, zoals hulp bij het huishouden, woningaanpassingen, rolstoelen, scootmobielen, aanvullend openbaar vervoer, en taxivergoeding, maar ook maaltijden, sociaal culturele activiteiten, klussenhulp en de ouderenadviseur. Maar de gemeente kan ook investeren in de ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk (civil society) en in de toegankelijkheid van het openbaar vervoer (inclusief beleid).

Het huidige aanbod van stad en stadsdelen is min of meer historisch gegroeid en wordt gekenmerkt door een enigszins verkokerde aanpak. De Wmo biedt de mogelijkheid om het aanbod opnieuw te formuleren op basis van de werkelijke vraag, en de schotten die bestonden tussen Welzijnswet, Wvg en AWBZ te slechten. Om dat te bereiken hebben stad en stadsdelen de volgende afspraken gemaakt:

  • Binnen elk domein transparantie over type product, doelgroep, doelbereik en kostprijs
    Op elk van de zes domeinen wordt het huidige aanbod in kaart gebracht. Tevens worden in overleg met alle partijen de belangrijkste problematieken benoemd waarop de Wmo een antwoord moet geven.
  • Een programmatische aanpak bij het in kaart brengen van vraagstukken en planning van voorzieningen op stadsdeelniveau
    Op basis van de geïnventariseerde vraag en de benoemde problematieken wordt het gewenste voorzieningenniveau en de verbindingen tussen diverse voorzieningen geformuleerd.
  • Herijking van beleid, uitvoering en besturing
    Dit alles kan leiden tot nieuwe afspraken over inhoudelijke speerpunten, ketenafspraken en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen stad en stadsdelen.

Op dit moment wordt in de stadsdelen Bos en Lommer, Zuideramstel en Noord geëxperimenteerd met deze werkwijze. Dat moet leiden tot een draaiboek en methode die door de overige 11 stadsdelen kunnen worden toegepast. Zodra 14 stadsdeelprogramma’s gereed zijn, zal op basis daarvan een stedelijk Wmo programma worden geformuleerd.

Ambities via groeimodel
De aanpak van de gemeente is realistisch en ambitieus te noemen. Dat betekent het volgende:

  • Het eerste jaar ligt het accent op het zo goed mogelijk overnemen en ‘in control’ krijgen van nieuwe taken uit de AWBZ, de Wmo verordening en het realiseren van loketten in alle stadsdelen.
  • Het eindperspectief is een samenhangend stelsel van activiteiten, voorzieningen en producten op alle domeinen van de Wmo en een Wmo verordening gebaseerd op de integrale toepassing van het compensatiebeginsel.
  • Om aan die ambitie vorm te geven vinden in 2006-2007 diverse pilots plaats:
    - gebiedsgerichte programmering in Zuideramstel, Bos en Lommer en Noord
    - innovatieve aanpak hulp bij het huishouden (elementen: integraal pgb, zorgplan, cliëntondersteuning)
    - versterking inzetbare maatschappelijke structuren (civil society)
    - Wmo-Wwb (zie elders op deze site)