Aanpak Wmo in Amsterdam: realistisch en ambitieus
Amsterdam heeft gekozen voor een ambitieuze aanpak van de Wmo. Dat komt ook tot uiting in het bestuurlijk document dat in november 2005 door stad en stadsdelen onderschreven is.
Die ambitieuze aanpak kent de volgende speerpunten:
Groeimodel
Bij het realiseren van deze aanpak komt nogal wat kijken. Daarom is gekozen voor een groeimodel waarbij in een periode van circa 4 jaar wordt toegegroeid naar de gewenste situatie.
Gezien de korte invoeringstermijn, 1 januari 2007, en de noodzaak om burgers niet met onverhoedse wijzigingen te confronteren, ligt dit jaar het accent vooral op het realiseren van een aantal basisvoorwaarden. Het gaat om de overname van de hulp bij huishouden, de Wmo verordening en het realiseren van loketten in alle stadsdelen.
Vanaf 2007 ligt het accent op de vernieuwing van het zorgaanbod, inclusief beleid en de integrale programmering van voorzieningen. Ook aan de ondersteuning van mantelzorg en de burgerparticipatie in het kader van de Wmo wordt een sterke impuls gegeven.
Waaruit bestaat de Wmo
De Wmo gaat een veelheid van zorgvormen en activiteiten omvatten die nu onder verschillende wetten en regelingen vallen:
Wmo budget
In al deze wetten en regelingen gaat voor Amsterdam zo’n 358 miljoen euro om. Voor de nieuwe taken Hulp bij het huishouden (huishoudelijke zorg) en de subsidieregelingen die uit de AWBZ overkomen geldt dat het rijk 53 miljoen zal overhevelen. Dat is 15% van het totale Wmo budget.
Veel van wat onder de Wmo zal gaan vallen, is nu ook al een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De nieuwe taken die uit de AWBZ overkomen vormen in feite slechts een fractie van het totaal.
Wanneer we kijken naar de het totale budget en de verdeling daarvan over de stadsdelen dan geeft dat het volgende beeld.
|
|
Type producten |
Budget (ca) |
|
Stad |
Individuele zorgproducten
|
104 miljoen 58 miljoen |
|
Stadsdelen |
Individuele welzijnsproducten (waaronder basispakket ouderen)
|
samen
|
Stad en stadsdelen hebben afgesproken dat ze veel meer als communicerende vaten moeten opereren. Als een stadsdeel te weinig investeert in wijkgerichte voorzieningen, kan dat de druk op de capaciteit in de maatschappelijke opvang (centrale stad) doen toenemen: meer daklozen en verslaafden die geen opvang krijgen. Andersom is het zo dat wanneer stedelijk de capaciteit voor verslavingszorg tekort schiet, dit weer kan leiden tot leefbaarheidsproblemen in de stadsdelen. Om de samenhang tussen de verschillende voorzieningen te bevorderen moeten de stad en stadsdelen deze voorzieningen integraal (in samenhang) gaan programmeren en de zorg meer in ‘ketens gaan organiseren.
Transparantie op alle domeinen en integrale planning van voorzieningen op stadsdeelniveau
Belangrijk speerpunt in de aanpak van de Wmo is het zo goed mogelijk aansluiten op de vraag en het bieden van een samenhangend pakket van voorzieningen.
Wmo voorzieningen worden geboden op een zestal domeinen:
Op elk van die domeinen is sprake van een bepaalde verhouding tussen (investeringen in) inclusief beleid, civil society, collectieve voorzieningen en individueel toe te kennen producten. De gemeente kan vele producten bieden, zoals hulp bij het huishouden, woningaanpassingen, rolstoelen, scootmobielen, aanvullend openbaar vervoer, en taxivergoeding, maar ook maaltijden, sociaal culturele activiteiten, klussenhulp en de ouderenadviseur. Maar de gemeente kan ook investeren in de ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk (civil society) en in de toegankelijkheid van het openbaar vervoer (inclusief beleid).
Het huidige aanbod van stad en stadsdelen is min of meer historisch gegroeid en wordt gekenmerkt door een enigszins verkokerde aanpak. De Wmo biedt de mogelijkheid om het aanbod opnieuw te formuleren op basis van de werkelijke vraag, en de schotten die bestonden tussen Welzijnswet, Wvg en AWBZ te slechten. Om dat te bereiken hebben stad en stadsdelen de volgende afspraken gemaakt:
Op dit moment wordt in de stadsdelen Bos en Lommer, Zuideramstel en Noord geëxperimenteerd met deze werkwijze. Dat moet leiden tot een draaiboek en methode die door de overige 11 stadsdelen kunnen worden toegepast. Zodra 14 stadsdeelprogramma’s gereed zijn, zal op basis daarvan een stedelijk Wmo programma worden geformuleerd.
Ambities via groeimodel
De aanpak van de gemeente is realistisch en ambitieus te noemen. Dat betekent het volgende: